Steeds meer jongeren in Nederland lopen rond met angstklachten of depressieve gevoelens - en dat is geen gevoel. Het RIVM publiceerde begin 2026 zijn rapportage over de mentale gezondheid van de jeugd, en de trend is niet geruststellend. Tussen 2020 en 2022 nam het aantal jongeren met een hoog risico op een angst- of depressiestoornis flink toe. De nasleep is nog steeds merkbaar, jaren na het einde van de pandemie.
Wat de cijfers concreet zeggen
Volgens het RIVM-rapport Mentale Gezondheid Jeugd 2026 had in 2022 een aanzienlijk deel van de Nederlandse jongeren tussen 12 en 25 jaar last van psychische klachten op het niveau van een mogelijke stoornis. Die stijging begon al vóór corona, maar versnelde sterk tijdens de pandemieperiode. Nivel-onderzoek bevestigt dat de coronapandemie de al bestaande negatieve trend aanjoeg en dat de effecten nog niet zijn weggeebd.
De GGZ telt inmiddels meer dan 100.000 mensen op de wachtlijst. Een groot deel daarvan is jong. Psychologen en therapeuten geven aan dat de hulpvraag onder jongvolwassenen de afgelopen jaren fors is gestegen.
Waarom de pandemie blijvend schade aanrichtte
Twee jaar thuiszitten, geen vrienden zien, school via een scherm, onzekerheid over de toekomst. Voor jongeren - die in een periode zitten van identiteitsvorming, vriendschappen en sociale vergelijking - was dat een giftige combinatie.
Het probleem zit ook in wat er niet is opgebouwd. De sociale vaardigheden die normaal in die jaren worden aangeleerd, werden deels overgeslagen of vertraagd. Sommige jongeren zijn nu 18, 20 of 22 jaar oud en missen een stuk sociale bagage dat leeftijdsgenoten in andere omstandigheden wel hebben opgebouwd. Dat vertaalt zich in meer onzekerheid, meer angst in sociale situaties, en een sterker gevoel van buitenstaander zijn.
Sociale media maken het er niet makkelijker op
Los van corona speelt sociale media een grote rol. Jongeren vergelijken zichzelf continu: wie populair lijkt op Instagram, wie een interessanter leven heeft op TikTok. Onderzoek wijst al jaren op de relatie tussen intensief gebruik van sociale media en een lager zelfbeeld, meer angstgevoelens en slaapproblemen.
Dat wil niet zeggen dat sociale media per definitie slecht zijn. Maar de manier waarop veel jongeren die platforms gebruiken - passief scrollen, vergelijken, 's avonds laat nog actief - heeft een meetbaar effect op hun welzijn. Wie concrete technieken zoekt om stress te verminderen, vindt een paar bewezen aanpakken in ons eerdere artikel hierover.
Signalen om op te letten
Of je nu ouder, vriend of partner bent van een jongere, of zelf jongvolwassene: een aantal signalen wijzen op meer dan gewone stress:
- Langdurig terugtrekken uit sociale contacten
- Moeite met slapen of juist veel te lang slapen
- Verlies van interesse in dingen die voorheen leuk waren
- Lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak (hoofdpijn, maagpijn)
- Negatieve gedachten over zichzelf of de toekomst
Een van deze signalen zegt nog niet alles. Maar meerdere tegelijk, aanhoudend over weken? Dan is het de moeite waard om het gesprek aan te gaan.
Wat je kunt doen als professionele hulp wacht
De wachtlijsten in de GGZ zijn lang. Soms duurt het maanden voor je bij een psycholoog of therapeut terecht kunt. Frustrerend - maar het betekent niet dat je niets kunt doen in de tussentijd.
Een paar dingen die bewezen bijdragen aan mentale veerkracht:
- Bewegen - zelfs een kwartier wandelen per dag heeft meetbaar effect op stemming en angstgevoelens. Samen sporten heeft daarin een extra voordeel: het combineert beweging met sociale verbinding.
- Ademhaling - klinkt simpel, maar werkt. Vijf minuten gecontroleerd ademen per dag kan angstgevoelens merkbaar verlagen.
- Structuur - een vaste dagindeling geeft houvast wanneer alles onzeker voelt.
- Echte verbinding - een afspraak per week met iemand die je vertrouwt doet meer dan tien oppervlakkige contacten via de telefoon.
Vraag ook na of je huisarts doorverwijzingsopties kent buiten de reguliere GGZ - zoals een POH-GGZ (praktijkondersteuner), online therapie, of een welzijnscoach via de gemeente. Dat zijn kortere wegen naar steun.
Hoe je het gesprek begint
Voor veel jongeren is de moeilijkste stap: iemand in vertrouwen nemen. Ouders die het gesprek willen aangaan, doen er goed aan niet te beginnen met "wat is er mis?" maar met iets heel concreets: "Ik zie dat je de laatste tijd moe lijkt - hoe is het echt met je?"
Open vragen, zonder oordeel, zonder direct met oplossingen komen. En: herhalen. Een keer vragen is zelden genoeg. Vertrouwen groeit door consistentie.
Als jongere zelf: het helpt om gevoelens op te schrijven voordat je ze deelt, zodat je gedachten geordend zijn. En weet dat je niet de enige bent - de cijfers laten zien dat heel veel leeftijdsgenoten met vergelijkbare dingen worstelen. Dat maakt de last niet lichter, maar het haalt de schaamte er wel van af.