Een op de vijf Nederlandse werknemers heeft burn-outklachten. Niet af en toe een vermoeide maandag, maar structureel, enkele keren per maand of vaker. Dat is geen losse constatering van een trendwatcher, maar het cijfer waarmee het RIVM dit jaar de Monitor mentale gezondheid bijwerkte. En het is niet de enige instantie die aan de bel trekt: heel Europa start een meerjarige campagne om dit probleem aan te pakken.
Herken je dat gevoel van leeg zijn na een werkdag, terwijl je eigenlijk nog geen uur echt hard hebt gewerkt? Dan sta je niet alleen, en de cijfers laten zien waarom dit nu ineens overal opduikt.
De cijfers: 20,7 procent heeft burn-outklachten
Volgens het RIVM had in 2025 20,7 procent van de Nederlandse werknemers tussen de 15 en 74 jaar burn-outklachten, gebaseerd op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO. Dat cijfer meet hoe vaak mensen zich emotioneel uitgeput voelen door hun werk, aan de hand van vijf stellingen uit de Utrechtse Burn-out Schaal. Wie daar gemiddeld enkele keren per maand of vaker ja op antwoordt, telt mee.
Tien jaar eerder, in 2015, lag dat percentage nog op 13,4 procent. De stijging is dus niet klein: bijna zeven procentpunt in een decennium, met de grootste toename de laatste jaren. Bij zelfstandig ondernemers ligt het aandeel met 11,8 procent lager, maar ook daar is sprake van een opwaartse lijn.
Vrouwen melden vaker klachten dan mannen: 23,5 procent tegenover 18,0 procent. En de leeftijdsgroep die het zwaarst getroffen wordt, is niet wie je zou verwachten. Niet de oudere werknemer die aftelt naar pensioen, maar de groep van 25 tot 34 jaar, met 28,2 procent. Juist de generatie die net haar carrière opbouwt, voelt de druk het hardst.
Europa start een driejarige campagne
Dat de aandacht nu toeneemt, is niet toevallig. Op 13 oktober 2026 lanceerde EU-OSHA, het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk, de campagne “Samen voor mentale gezondheid op het werk”, die loopt van 2026 tot 2028. Uit cijfers van het agentschap blijkt dat 45 procent van alle werknemers in de EU risico's voor hun mentale welzijn op het werk ervaart, en dat 29 procent daadwerkelijk last heeft van stress, angst of depressie die door het werk wordt veroorzaakt of verergerd.
William Cockburn, uitvoerend directeur van EU-OSHA, zegt dat werkgevers wettelijk verplicht zijn de gezondheid van hun medewerkers te beschermen, mentale gezondheid inbegrepen, maar dat veel organisaties simpelweg de kennis of middelen missen om psychosociale risico's aan te pakken. Volgens hem biedt de campagne daarom vooral data, onderbouwde oplossingen en praktische hulpmiddelen, geen abstracte goede voornemens.
Roxana Mînzatu, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie voor sociale rechten en vaardigheden, benadrukt dat goede banen zowel de mentale gezondheid als de fysieke veiligheid van werknemers beschermen. Mentale gezondheid krijgt daarmee binnen het Europese arbeidsveiligheidsbeleid een vergelijkbare status als fysieke veiligheid, en dat is een omslag die je terugziet in de vijf priorteiten van de campagne: van het beoordelen van psychosociale risico's tot het tegengaan van pesten en intimidatie op de werkvloer.
Waarom dit precies nu zo hard oploopt
Hoge taakeisen en weinig beslisruimte worden door onderzoekers het vaakst genoemd als oorzaak van stressvol werk. Dat raakt aan iets dat je misschien al herkent: niet de hoeveelheid werk op zich is het probleem, maar het gevoel geen grip te hebben op hoe je het werk uitvoert. Grenzen stellen wordt daarom vaak als eerste stap genoemd, maar op de werkvloer ligt dat ingewikkelder dan thuis: je collega's en leidinggevende moeten daar ook in meebewegen.
Daar komt bij dat burn-outklachten zich sluipend ontwikkelen. Je voelt je niet op maandag ineens volledig uitgeput. Het begint met kleine signalen die je makkelijk wegredeneert als “even een drukke periode”. Precies daarom is het zo lastig om op tijd in te grijpen, en precies daarom is het goed om te weten welke vroege signalen daadwerkelijk wijzen op een burn-out in de maak, in plaats van gewone werkdruk.
Wat werkgevers nu zouden moeten doen
De campagne van EU-OSHA richt zich vooral op werkgevers, en dat is niet voor niets. Onderzoek laat zien dat organisaties die wel structureel aandacht geven aan werkdruk en herstel, minder uitval door burn-outklachten zien. Concreet gaat het dan om zaken als realistische taakverdeling, duidelijke verwachtingen over bereikbaarheid buiten werktijd, en een cultuur waarin het bespreken van overbelasting niet als zwakte wordt gezien.
Toch is de praktijk weerbarstig. Veel leidinggevenden willen wel, maar missen de tijd of de training om psychosociale risico's serieus te signaleren voordat iemand uitvalt. Dat is precies het gat dat de Europese campagne met praktische tools wil dichten, in plaats van nog een checklist die niemand leest.
Dit kun je morgen al zelf doen
Wachten op een betere bedrijfscultuur duurt soms te lang als je nu al merkt dat je leeg raakt. Een paar dingen liggen wel binnen jouw eigen invloed. Begin met het in kaart brengen van je week: welke taken kosten je energie en welke geven juist energie? Vaak blijkt dat een klein aantal terugkerende taken, zoals te veel vergaderingen zonder duidelijke agenda, verantwoordelijk is voor het grootste deel van je uitputting.
Praat er daarnaast gewoon over, ook al voelt dat ongemakkelijk. Uit de Europese cijfers blijkt dat bijna de helft van de werknemers risico's op het werk ervaart, dus de kans is groot dat een collega hetzelfde voelt. En als piekeren over werk ook je avonden en weekenden binnensluipt, helpt het om te weten waarom je piekert en wat je daaraan kunt doen, want dat patroon houdt de uitputting juist in stand.
De cijfers van het RIVM en de nieuwe Europese campagne maken één ding duidelijk: dit is geen individueel falen, maar een breed verspreid probleem dat eindelijk de aandacht krijgt die het verdient. Dat maakt het makkelijker om op tijd aan de bel te trekken, voor jezelf en voor de mensen om je heen.